Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum

 


 

180105. Voor de jeugd, maar ook voor de meer bejaarde lezers door Frits Huiskamp. Spel- en leesboek, maart 2000

Wilt ge eenmaal gelukkig wezen, Lieve Jeugd. Leer dan met vlijt; Anders moet gij zeker vrezen, Dat gij nooit gelukkig zijt.

Zo, dat weten we dan weer. Het was ongetwijfeld een ouderwetse schoolmeester die zich tot zijn leerlingen wendde. Met de beste bedoelingen vervaardigde hij een Spel- en leesboek, ten dienste der scholen binnen de provincie Noord-Braband. Het boekje (en ik heb hier de veertiende druk uit 1826 in handen) werd uitgegeven bij W. van Bergen en Comp., boekdrukkers en boekverkoopers te Breda.

Er verschenen in die jaren tientallen leesmethodes, heel vaak zoals in dit geval anoniem uitgegeven. Waarom koos ik uit dat grote aantal juist dit boekje uit? In de eerste plaats richtte de schrijver zich tot leerlingen die uit een katholiek milieu kwamen. Bijzondere roomse en protestantse scholen waren nog niet toegestaan; de kinderen van deze geloofsrichtingen bezochten grotendeels de openbare scholen. In het rooms-katholieke Noord-Braband zal de openbare school bezocht zijn door overwegend roomse kinderen. Van de onderwijzer werd verwacht dat hij rekening hield met zijn schoolbevolking. Hoe in dit geval onze meester dat deed volgt hieronder.

Bovendien had deze onderwijzer een eigen opvatting om kinderen van de tweede klas (nu de groepen 5 en 6) te leren spellen. In alfabetische volgorde maakte hij rijtjes van woorden met meer dan 5 lettergrepen. Dat had tot gevolg dat wij nu een aantal woorden lezen, die we niet meer gebruiken en ook niet meer kennen. Daarenboven vlocht de goede man ook katholieke begrippen in deze rijtjes

Ik zal een paar voorbeelden geven:
Aarts-bis-schop-pe-lijk. An-ker-sme-de-rij.
Baar-blij-ke-lijk-heid. Bosch-ne-ge-rin-nen.
Ce-del-ma-kin-ge. Con-ci-lie-be-slui-ten.
Doods-been-der-huis-je. Dui-vel-be-zweer-der.
En-ge-len-scha-ren. En-kel-ver-wrich-ting.
Fe-mel-ach-tig-heid. Fle-re-cijn-pij-nen.
Gees-sel-paal-straf-fen. Gan-ze-ve-de-ren.
Hei-bloks-op-zie-ner. Hei-lig-doms-prie-ster.
Enzovoort, enzovoort.

 In elke les laat de meester de kinderen de woorden hardop lezen, en als ze doorhebben wat de bedoeling is laat hij ze zelf woorden verzinnen. Wonderlijk genoeg geeft hij geen enkele uitleg bij veel van die woorden, die ook voor de leerlingen uit die tijd vrij onbegrijpelijk waren. Als beloning voor goede oplossingen geeft hij wel eens een printje" (=prentje), of vertelt een verhaaltje over een o zo deugend jongentje.

Als Jantje een beurt krijgt leest hij door zijn gehaastheid "Engelverwrichting". Dat komt hem op een berisping te staan: "Jantje! Jantje! Gij hebt er u zoo schielijk afgemaakt, of men u met de zweep achter na zat en daar door hebt ge een misslag begaan. Ik haast u immers niet? Ik eisch niet veel van mijne scholieren, maar zie gaarne, dat het geen zij doen, het goed doen". En Jantje belooft: "ik zal beter oppassen, Meester!"

De verleiding is groot uit dit wonderlijke boekje nog meer te citeren, maar dat doe ik lekker niet. Als je de volgende vragen kunt beantwoorden stuur ik je een kopie van dit boekje (Het blauwe boekje nr. 2).

Hier komen de vragen:
1. Welke woorden uit het bovenstaande stukje worden niet meer gebruikt?  
2. Welke woorden hebben te maken met de katholieke achtergrond van de kinderen?
3. Verzin een rijtje woorden met meer dan 5 lettergrepen.
 4. Maak een alfabetische lijst van 26 dergelijke woorden. Deze opdracht is niet verplicht voor de prijs, maar is een heel leuk spelletje op donkere avonden.

Veel plezier!

Zakelijke info