Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum

 


 

230108. Boekbespreking

 Hella Haasse (2004), Bij de les. Schoolplaten van Nederlands-IndiŽ, Amsterdam: Contact, 96 blz. Ä 19,90. ISBN 90 254 23744.

 Wie had ooit kunnen denken dat een boek over schoolplaten uit voormalig Nederlands-IndiŽ een bestseller zou worden? Dit succes komt natuurlijk volledig voor rekening van Hella Haasse, die afgelopen november de Prijs der Nederlandse Letteren ontving en in wier omvangrijke oeuvre Nederlands-IndiŽ zo'n voorname plaats inneemt. Met deze fraaie uitgave ontrukt zij eer veertigtal schoolplaten, oorspronkelijk bedoeld voor bij de les en in kleuren-druk gereproduceerd, aan de vergetelheid. Met haar deskundig commentaar houdt de auteur ons ook nu zonder moeite bij de les.

 Het prachtige boek bestaat uit twee delen. Het grootste eerste deel bevat Schoolplaten ten Behoeve van het Aardrijkskundig Onderwijs in Nederlandsch-IndiŽ, uitgegeven door Wolters en Noordhoff tussen 1913 en 1940. Zij bieden informatie over landschappen, stadsgezichten en gewoonten van de verschillende bevolkingsgroepen. Op de sfeervolle platen zien we onder andere vulkanen, fabrieken, havens en sawa' s.

 De meeste afbeeldingen betreffen Java en Sumatra, maar ook Borneo, de Molukken, Bali en Celebes zijn vertegenwoordigd. De zogenaamde milieuplaten van het tweede deel brengen gedetailleerd zaken als een postkantoor, een station en een straat met toko's in beeld. Deze platen werden gebruikt bij de lessen Nederlands op de Hollands-inlandse en Hollands-Chinese scholen. Hella Haasse, die zelf in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Batavia, Buitenzorg en Bandoeng schoolging, kan zich er geen herinneren. Wel dat net als op de scholen in Nederland de bekende taferelen van Isings en Jetses uit de vaderlandse geschiedenis overal de wanden sierden. De afbeeldingen in Bij de les mogen nieuw voor haar zijn, de situatie kent zij als geen ander. Puttend uit haar rijke geheugen en gedegen historische kennis, maar ook met literaire citaten wekt de auteur in haar teksten diverse scŤnes tot leven, zoals de rijstbouw, de Sabanghaven op Poeloe Weh (zo genoemd naar de hoofdplaats Sabang op het eiland Poeloe Weh voor de noordkust van Sumatra en waarschijnlijk getroffen door de recente vloedgolf) of de lijkverbranding op Bali. Zij trakteert ons op een schat aan wederwaardigheden doorspekt met een vleugje nostalgie en voorzien van kritische kanttekeningen. De milieuplaten schetsen een idyllisch en geflatteerd beeld van de werkelijkheid. De taferelen ogen zo schoon en netjes, dat de inlandse kinderen voor wie ze bedoeld waren hun eigen werkelijkheid er niet in konden herkennen, meent Haasse. Zij gaat ervan uit dat de onderwijzers bij de milieuplaten hun eigen verhaal vertelden en dat doet zij in dit boek ook. Via een denkbeeldig westers georiŽnteerd West-Javaans onderwijzersgezin neemt ze ons mee naar een voorbije wereld die zij zo goed kent. De huidige lezer kan genie-ten van haar oog voor detail, waar ons wijst op de sokophouders van een eigenaardig model gedragen door twee onwaarschijnlijk chic geklede jongens. (p. 90).

 Bij de les is een prachtig boek. Ongetwijfeld een feest der herkenning voor wie het vooroorlogse IndonesiŽ kent en instructief voor wie niet zo op de hoogte is van wat er op pasars en in toko's te koop was. Waarom zijn deze platen heruitgeven? Niet zozeer vanwege de artistieke kwaliteit ervan, dunkt me, het is tenslotte onderwijsmateriaal. De uitgever spreekt van `Insulinde in woord en beeld' en belooft ons dat Hella Haasse ons mee zal voeren naar `tempo doeloe, vervlogen tijden'. De kop van een besprekingsartikel door Jan Blokker in De Volkskrant luidt Nostalgisch lesmateriaal: Hella S. Haasses herinneringen bij oude prenten van IndiŽ. Zelf merkt zij op dat ze commentaar wil geven `vanuit een heden dat zijn les geleerd heeft'. Dat zij daarin op onnavolgbare manier slaagt, hoeft geen betoog. Onderwijshistorisch bezien roept deze uitgave wel wat vragen op. Een precieze bronvermelding ontbreekt, zodat we voor de herkomst van de platen aangewezen zijn op de summiere vermelding in het voorwoord van de schrijfster. Zijn dit alle platen of is het een selectie? Hoe zit het met de didactische handleidingen, die Haasse terloops noemt? In welke scholen werd het materiaal gebruikt en hoe? Wat voor soort scholen waren er? Antwoorden op deze vragen passen misschien niet in de opzet van het boek, maar de lezer van De School Anno blijft er nieuwsgierig naar.

 Trudie de Bruyn

 

 

 

 

Zakelijke info