Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum

 


 

70103. boekbespreking

 Holtkamp, Br. Angelicus F.LC.Van Begijnen en schoolmeesters tot leraren basisonderwijs. Nijmegen, 1988 

Vrijwel tegelijkertijd met het verschijnen van de dissertatie van Frankrijker over "De katholieke Onderwijzersopleiding, Organisatie en Ideologie, 1889 1984" is er nog een boek over de geschiedenis van katholieke onderwijzersopleidingen op de markt gebracht. Het boek, "Van Begijnen en schoolmeesters tot leraren basisonderwijs", is de eerste uitgave in de nieuwe reeks Scripts van het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen. Deze reeks zal studies publiceren (zoals bijvoorbeeld doctoraal scripties) die waardevolle informatie bevatten voor onderzoekers en andere ge´nteresseerden inde geschiedenis van het Nederlandse katholicisme.

De opzet en uitwerking van Holtkamps' boek verschilt in meerdere opzichten van de studie die De Frankrijker heeft geschreven. In het voorwoord stelt Holtkamp nadrukkelijk dat het voorliggende werk niet pretendeert een wetenschappelijk werk te zijn, doch zich beperkt tot het aandragen van veel feitenmateriaal. De ondertitel, "Bronnen en bouwstenen voor de geschiedenis van de katholieke onderwijzersopleidingen in Nederland", geeft die beoogde opzet van het boek dan ook goed weer.

Verder richt Holtkamp zich niet uitsluitend op de geschiedenis van de katholieke onderwijzersopleidingen zoals de Frankrijker heeft gedaan. Ook de katholieke opleidingen tot onderwijzeres, tot "kleinekinderschoolhouders" en kleuterleidster worden uitgebreid aan de orde gesteld.

In een zevental hoofdstukken geeft Holtkamp op een overzichtelijke wijze de belangrijkste wettelijke en organisatorische ontwikkelingen weer die binnen het (katholiek) lager en het bewaarschoolonderwijs alsmede de opleiding van onderwijzers, onderwijzeressen, bewaarschoolhouders en kleuterleidsters hebben plaatsgevonden. De diverse katholieke organisaties, zoals kerkelijke  en schoolbesturen, schoolverenigingen en congregaties, alsmede tijdschriften en personen die in meerdere of mindere mate een stempel op het (katholieke) opleidingsonderwijs hebben gedrukt, komen daarbij eveneens uitgebreid aan bod. Holtkamp maakt gebruik van (bekende) secundaire literatuur, wettelijke regelingen, minder bekende doctoraalscripties en bronnen als jaarverslagen, katholieke onderwijstijdschriften, gedenkboeken, gidsen voor schoolbesturen en onderwijzers alsmede van statistische gegevens.

Na het lezen van de eerste hoofdstukken vraagt men zich af waar de auteur met zijn tekst precies heen wil. De eerste vier hoofdstukken wijzen erop dat de auteur zich niet heeft beperkt tot het aangeven van bronnen en bouwstenen maar tevens een aanzet tot geschiedschrijving van het katholieke kleuter  en lager onderwijs en de opleiding van de leerkrachten heeft willen geven.

Deze beschrijving zit op zich degelijk in elkaar en, op enkele tabellen na, geeft de auteur door middel van noten precies aan waar hij zijn informatie vandaan heeft gehaald.

Echter, een nadeel van het boek is mijns inziens het ontbreken van een duidelijke vraagstelling die als een rode draad door de tekst heen loopt. Het boek is hierdoor enigszins onevenwichtig van opbouw geworden. Bevatten de eerste vier hoofdstukken op zich weinig nieuwe informatie, de volgende drie hoofdstukken over de religieuze congregaties, verenigingen en kerkbesturen die bij de opleiding van kleuterleidsters en onderwijzeressen) betrokken waren, en de plaatsen waar deze opleidingen in het verleden tot heden werden verzorgd, maken dit gemis meer dan goed. De hoofdstukken V VI voldoen veel meer aan de verwachtingen die in het voorwoord en de ondertitel worden gewekt. Uit zeer diverse bronnen zoals plaatselijke archieven, archieven van scholen en verenigingen, gedenkboeken, jaarboekjes, notulenboeken, toespraken bij jubilea, mededelingen van congregatiebesturen, oud direkteuren etc. is de aldus bijelkaar gesprokkelde informatie per plaats en instituut op chronologische wijze achter elkaar gezet.

De voornaamste verdienste van het boek is dat men snel een groot aantal feiten en ontwikkelingen over en binnen het katholieke (opleidings) onderwijs kan naslaan. Het uitgebreide alfabetische persoons  en zakenregister is daarbij een onontbeerlijk hulpmiddel. Daarnaast heeft een ge´nteresseerde onderzoeker er veel baat bij dat een groot aantal onbekende bronnen op een rijtje is gezet. Bronnen die voor verder onderzoek naar de geschiedenis van de opleidingsscholen van groot belang kunnen zijn.

Joep Schellekens 

 

Zakelijke info